vrijdag, 10 september 2010
inhoud
Home
Wat is VOBK
Leden
Nieuws
Standpunten VOBK
Kennisbank
Downloads
Weblinks

 

 

 

Commissie Cultuur: zal verhouding project – structureel pas kunnen rechtgetrokken worden in 2013?
vrijdag, 26 februari 2010 10:00

 Zoals aangekondigd was VOBK gisteren, 25 februari, aanwezig in het Vlaams Parlement op de bijeenkomst van de Commissie Cultuur voor het antwoord op de vraag naar de verhouding tussen de structurele middelen en de projectenpot binnen het Kunstendecreet.

De vraag naar de verhouding tussen beide kwam zowel van de heer Bart Caron (Groen!) als van de heer Herman Schueremans (OpenVLD).De heer Caron stelde meer bepaald vragen over de totale financiële middelen van het KD voor 2010 en over de vermindering van de projectsubsidies in 2010, maar was ook benieuwd of de minister een mogelijk groeipad voor ogen heeft? De heer Schueremans uitte zijn bezorgdheid dat vooral jonge en experimentele talenten hiervan de dupe zouden worden. Hij vroeg dan ook naar het waarom van het feit dat er meer positieve adviezen waren dan het aantal organisaties dat effectief een projectsubsidie heeft toegezegd gekregen. Ook hij wou weten welke maatregelen de minister voor ogen had om meer projectsubsidies te vergaren, en of zij iets zag in alternatieve financiering?

Minister Schauvliege vatte haar antwoord aan met “Wat zijn projectsubsidies”? Projectsubsidies zijn er immers om projecten te ondersteunen, maar ook subsidies voor kunstenaars, creatieopdrachten,  internatonale subsidies, enz. zijn manieren om projecten te ondersteunen.

Vervolgens toonde zij via allerlei cijfertabellen aan dat vanaf 2006 er telkens hogere bedragen dan voorzien in de begroting zijn gespendeerd aan projectsubsidies. Echter, nu in 2010, heeft men zich wel aan de voorziene begroting gehouden, waardoor dit bedrag bijna de helft minder is dan de voorbije jaren. Hiervoor geeft minister Schauvliege twee redenen:

Tijdens de vorige legislatuur werd er nog beslist over de meerjarige subsidies voor de periode 2010-2012. Er waren toen extra budgetten nodig waardoor er allerlei compensaties zijn afgesproken. Deze extra middelen zijn er enkel kunnen komen door herschikkingen uit andere posten. Op 24 april 2009 zijn er dus beslissingen gevallen die rechtstreeks gevolg hebben op de begroting van 2010 en werden verschillende basisallocaties getroffen. Waarom? Minister Schauvliege moet ons hierop het antwoord schuldig blijven, het was immers haar voorganger die deze beslissingen genomen heeft.

Een tweede reden is de budgettaire context: er zijn nu eenmaal afspraken gemaakt op besparingen. Deze matiging houdt in 2,5 % op meerjarige subsidies, 5 % op projectsubsidies. “Waar moet dat extra geld gehaald worden?”, speelt de minister de vraag terug.

Naar de toekomst toe bevestigt minister Schauvliege dat zij een levendig en divers kunstenlandschap voorstaat, en dat zij ervan overtuigd is dat projectsubsidies broodnodig zijn. Maar wanneer en hoe? Zij vindt het onmogelijk om deze situatie recht te trekken voor 2012. Maar als er dan met hetzelfde budget moet gewerkt worden, blijft de hamvraag: moeten er minder organisaties gesubsidieerd worden, of  moeten de gesubsidieerde organisaties minder subsidie ontvangen, met het risico dat dit ten koste gaat van de kwaliteit?

Wat de vraag van de heer Schueremans betreft ivm de positieve adviezen bevestigt de minister dat er minder projectsubsidies zijn toegekend dan er positieve adviezen waren. Gezien het kleine budget was er aan de beoordelingscommissies gevraagd om de positieve adviezen te rangschikken. Er waren 81 dossiers met een positief advies, en  54 van die positieve adviezen  hebben ook effectief een projectsubsidie ontvangen. Dit berust uiteraard op een bewuste keuze, als alle 81 projectsubsidies zouden gekregen dan zou dat minder zijn geweest dan goed was voor een kwalitatieve werking. 15 maart is er een nieuwe ronde en de minister heeft ook daarop geanticipeerd: 45  % van het totaal te besteden bedrag is gereserveerd voor deze tweede ronde.

Minister Schauvliege wil ook aandacht besteden aan alternatieve financieringsmogelijkheden, maar wil hier wel een onderscheid maken. Subsidies en alternatieve financiering ziet zij niet als communicerende vaten. Voor de projecten die eigen zijn aan het Kunstendecreet werkt alternatieve financiering niet altijd zo goed.

Bart Caron eindigde toch met een pleidooi om de inhaalbeweging vroeger dan 2013 te realiseren, en ook VOBK kan zich hier bij aansluiten. VOBK vraagt immers al langer om een verhouding van 10% van de middelen voor projecten. Ook is VOBK vragende partij om dit decretaal te laten verankeren.